Brood & Rozen, (2011)2 PDF Afdrukken E-mail
Image 
Vorige edities zie
website Brood & Rozen


Bestellen


Bekijk hier het filmfragment van de reis van Camille Huysmans naar Georgië.

Edito
Paule Verbruggen
Woorden met ruis ...
p. 2-3

Bijdrage
Christophe Verbruggen & Julie Carlier
‘Wat zullen de kinderen lezen?’ Een sociaalkritische en feministische invulling van goede kinderliteratuur
p. 5-41

Opgemerkt
Marc Constandt
Hier zet ik mijn tentje neer. Kampeertoerisme aan de kust tussen 1920 en 1970
p. 43-59

Opgemerkt
Luc Huyse
Solidariteit: het woord is ruis geworden
p. 60-61

Collectie
Rita Calcoen
Camille Huysmans op missie in Georgië
p. 64-77

Collectie
Maarten Savels
De verwerking van het archief van Oxfam-Wereldwinkels: a work in progress
p. 79-83

Recensie
Jan Van de Poel
JAAP KLOOSTERMAN & JAN LUCASSEN, Wereldverbeteraars. Vijf eeuwen sociale geschiedenis verzameld door het Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis
p. 84-87




‘Wat zullen de kinderen lezen?’ Een sociaalkritische en feministische invulling van goede kinderliteratuur

Christophe Verbruggen, docent vakgroep Geschiedenis, UGent
Julie Carlier, postdoctoraal onderzoeker FWO vakgroep Geschiedenis, UGent

In 1899 publiceerde de Nederlandse feministe en pedagoge Nellie van Kol in het tijdschrift De Gids het ophefmakende en invloedrijke essay Wat zullen de kinderen lezen?. Haar ideeën waren in Nederland en België een belangrijke impuls om een eeuwenoud debat aan te zwengelen over de eisen waaraan kinderboeken zouden moeten voldoen. Al voor de Eerste Wereldoorlog kreeg van Kol vrij veel weerklank in Gent, met name bij de feministes rond Céline Dangotte. Zij richtten in 1909 een kinderbibliotheek op. Het idee daarvoor kwam overgewaaid uit de Verenigde Staten en entte zich op een lokaal netwerk van verenigingen, ideologieën en praktijken. In deze bijdrage focussen we op de invulling die goede kinderliteratuur kreeg. De Gentse kinderbibliotheek stelde een reeks criteria op waaraan een goed kinderboek moest beantwoorden. Vervolgens werden de boeken aan de hand van die criteria beoordeeld en getoetst. Die beoordelingen zijn bewaard gebleven en geven een inkijk in de manier waarop de
theorie omgezet werd in de lees- en recensiepraktijk. Ten slotte besteden we ook aandacht aan een aantal andere initiatieven die genomen werden om kinderen anders en beter te laten lezen, met name het tijdschrift het Asselsch Blad, dat een bijlage had voor kinderen, en de prentenboekenreeks Collection du Petit Artiste die Dangotte uitgaf (1917-1918). Onder meer Leon Spilliaert publiceerde in die reeks, maar dat werd nooit eerder als een kunsteducatief experiment geduid.

‘What shall the children read?’ A socially critical and feminist interpretation of good children’s literature

Christophe Verbruggen, lecturer Department of History, Universiteit Gent
Julie Carlier, postdoctoral research fellow (FWO), Department of History, Universiteit Gent

In 1899 the Dutch feminist and educationist Nellie van Kol caused sensation with the publication of the influential essay What shall our children read? in the review De Gids. Her ideas reinvigorated in both the Netherlands and
Belgium an age-old debate about what standards children’s literature should meet. Even before the First World War, van Kol’s essay found a
favourable response in Ghent, among a group of feminists led by Céline Dangotte, who founded a children’s library in 1909. The concept of such a children’s reading room originated in the United States and was grafted onto a local network of societies, ideologies and practices. In this contribution we focus on the interpretation of good children’s literature. The Ghent children’s
library established a number of criteria to determine what makes a good children’s book. Subsequently, children’s books were assessed
accordingly. These reviews have been preserved and they disclose how the theory was put into practice. Finally, we will also discuss a number of other initiatives to help children read better and different literature, that is, the periodical Asselsch Blad (which published a children’s supplement), and the series of picture books Collection du Petit Artiste, edited by Dangotte (1917-1918). Léon Spillaert, among others, made a contribution to these series, but it has not yet been studied as an experiment in art education.

‘Que lirons les enfants?’ Une interprétation sociocritique et féministe de la bonne littérature enfantine

Christophe Verbruggen, professeur Unité de Recherche Histoire Sociale Contemporaine, Universiteit Gent
Julie Carlier, chercheuse postdoctorale (FWO), Unité de Recherche Histoire Sociale Contemporaine, Universiteit Gent

En 1899, paraissait dans la revue De Gids, sous la plume de la pédagogue et féministe néerlandaise Nellie van Kol, le retentissant et influent essai intitulé Que lirons nos enfants?. En Belgique comme aux Pays-Bas, ses idées
allaient servir d’aiguillon au vieux débat relatif aux exigences auxquelles la littérature enfantine devait idéalement satisfaire. Dès avant l’éclatement de la Première Guerre Mondiale, van Kol recueillit bon nombre d’échos positifs
à Gand, notamment de la part des féministes rassemblées autour de Céline Dangotte. Celles-ci fondèrent une bibliothèque pour enfants en 1909 dont l’idée, soufflée par un vent favorable venu des Etats-Unis, vint se greffer sur un réseau local d’associations, de pratiques et d’idéologies. Dans cette contribution, nous accordons une attention toute particulière à l’interprétation que l’on donna de la littérature enfantine de qualité. La bibliothèque gantoise établit en effet une série de critères auxquels un bon livre pour enfants devait
répondre; chaque livre étant ensuite examiné et évalué à la lumière de ceux-ci. Ces appréciations ont été conservées et, grâce à celles-ci, nous sommes en mesure de mieux cerner la manière dont la théorie a été transposée dans la pratique de la lecture et de la critique. Enfin, nous analysons également quelques autres initiatives visant à guider les enfants vers une littérature
meilleure et différente, notamment celle de la revue le Asselsch Blad, qui proposait une annexe pour les enfants, ou encore la série des livres d’images Collection du Petit Artiste édités par Dangotte (1917-1918). Notons que Léon Spilliaert, entre autres, publia dans cette série mais cette démarche n’avait jamais auparavant été étudiée comme une expérience artistico-éducative.