Brood & Rozen, (2009)3 PDF Afdrukken E-mail
2009/3
2009/3
Vorige edities zie
website Brood & Rozen


Bestellen

   

Edito
Paule Verbruggen
Oude wortels, jonge vruchten
p. 2-5

Bijdrage
Henny van der Windt, Dirk Bogaert
Veranderingen in discoursen en strategieën van Vlaamse en Nederlandse natuurbeschermers tussen 1945 en 2005
p. 7-37

Bijdrage
Kristof Vets, Dorien Vanderputten
De Bond Beter Leefmilieu als nieuwe sociale beweging  
p. 39-53

Bijdrage
Donald Weber
'Le souci du pittoresque'. Wielertoerisme en de bescherming van het landschap, 1895-1914
p. 55-81

Collectie
Piet Creve
Het archief van Agalev
p. 82-87

Collectie
Gert Van Overstraeten
Het archief van Red de Voorkempen
p. 88-95

Collectie
Gert Van Overstraeten
Paul Van Dyck; van groen naar groener
p. 96-103

Collectie
Maarten Savels
De heterogene collecties van de Jeugdbond voor Natuur en Milieu 
p. 104-111

Collectie
Jessica Langouche
Het archief van JNM Zottegem versus schimmel
p. 112-115

Recensie
Donald Weber
EVERT PEETERS, De beloften van het lichaam. Een geschiedenis van de natuurlijke levenswijze in België, 1890-1940
p. 116-119

 

 



Veranderingen in discoursen en strategien van Vlaamse en Nederlandse natuurbeschermers tussen 1945 en 2005

Henny van der Windt, Rijksuniversiteit Groningen en Dirk Bogaert, Arteveldehogeschool Gent

Dit artikel beschrijft natuurbescherming in Vlaanderen en Nederland in de periode 1945-2005. Bij de vergelijking in plaats en tijd staan drie aspecten centraal: de discoursen, de strategien en de politiek-bestuurlijke en maatschappelijke context. Inhoudelijk is het thema natuurbescherming in beide landen op ongeveer dezelfde wijze aan de orde gesteld, zij het in Nederland iets sneller en wat meer expliciet. In de gehanteerde strategien en contexten schuilen echter belangrijke verschillen.
In 1945 was er in Belgi nauwelijks een actieve overheidspolitiek op het vlak van natuurbescherming, terwijl er in Nederland al wel sprake was van een organisatie, hulpbronnen en duidelijke spelregels. Toch kreeg ook het Nederlandse beleid pas goed vorm vanaf 1970,via krachtiger juridische kaders, organisatievormen en een groeiende hoeveelheid hulpbronnen (grond, kennis, geld). Omstreeks 1990 kreeg natuurbescherming een belangrijke impuls. In beide landen werd het natuurbeleid veelvormiger en ambitieuzer, mede door nieuwe ecologische inzichten, het belangvan ecologische netwerken en een striktere Europese natuurbeschermingspolitiek. Hoewel de ontwikkeling in Vlaanderen vergelijkbaar was met die in Nederland, vormden de particuliere natuurbeschermers een minder grote machtsfactor en werd de Vlaamse overheid geconfronteerd met grotere implementatieproblemen.

 

 

De Bond Beter Leefmilieu als nieuwe sociale beweging

Kristof Vets, master in de hedendaagse geschiedenis (K.U.Leuven), master in General Management (Vlerick) en Dorien Vanderputten, master in de hedendaagse geschiedenis (K.U.Leuven)

Het concept nieuwe sociale bewegingen komt steeds meer onder druk te staan. In dit artikel wordt het concept getoetst aan de milieubeweging, meer specifiek de koepelorganisatie Bond Beter Leefmilieu (BBL).
Deze organisatie ontstond eerder vanuit burgerlijke kringen en kreeg al van in het begin een vrij ingewikkelde organisatiestructuur mee. Reeds in de tweede helft van de jaren 1970 moest de BBL kleur bekennen rond de kernenergieproblematiek. Dit leidde tot financile problemen, maar zorgde niet voor een radicalisering van het programma. Daarnaast moest de BBL ook een politieke keuze maken met de opkomst van Agalev. In de lange jaren 1980 worstelde de BBL voornamelijk met deze problemen, tot begin jaren 1990 de acceptatie vanuit de overheid kwam. De BBL werd erkend als volwaardige gesprekspartner en er kwam een subsidieregeling die hen toeliet te professionaliseren. Deze zaken passen niet echt in het ideaal-typische beeld van nieuwe sociale bewegingen. Misschien moet men stoppen de milieubeweging als een onderdel van de nieuwe sociale bewegingen te bekijken en nieuwe sociale bewegingen gaan definiren als onderdelen van diverse bewegingen zoals de milieubeweging, de vredesbeweging of de vrouwenbeweging.
 

 



'Le souci du pittoresque'.
Wielertoerisme en de bescherming van het landschap, 1895-1914


Donald Weber, Amsab-ISG

In de jaren 1970 lagen 'groene fietsers' mee aan de basis van een nieuwe sociale beweging, het moderne ecologisme. Honderd jaar daarvoor speelde zich iets af wat vergelijkbaar was. In de jaren 1890 stapten burgers in de steden massaal op de nieuwste uitvinding van toen, de safety bicycle of moderne fiets. Ze maakten uitstapjes naar het omliggende platteland en herontdekten de bucolische schoonheid van ongerepte groene landschappen. Maar ook toen al werden die landschappen bedreigd door mijnontginningen, industrile uitbatingen of gewoon menselijke hebzucht.
En ook toen riep dat protest op. De fietsers waren bij de eersten die hun stem verhieven. In dit artikel behandelen we achtereenvolgens drie aspecten van dit fenomeen. Eerst bekijken we de komst van de fiets en de geboorte van een 19e-eeuwse Belgische fietsersbeweging, het cyclisme in de woorden van de tijdgenoten. Daarna gaan we op zoek naar de culturele wortels van deze beweging, de motieven, dromen en ambities van de eerste fietsers. Als invalshoek gebruiken we de strijd tussen twee rivaliserende fietsersorganisaties, de Ligue Vlocipdique en de Touring Club. Ten slotte leggen we een brug naar een bredere culturele beweging in de toenmalige samenleving, van burgers die ijverden voor de bescherming van pittoreske landschappen en van herosche monumenten. Die was een verre voorloper van de ecologische beweging, waar de cyclisten intens bij betrokken waren.
Ook toen al bestond er een band tussen fietsen en milieubewustzijn, maar die band was eerder esthetisch dan ideologisch.