Brood & Rozen, (2009)2 PDF Afdrukken E-mail
Image

Vorige edities zie
website Brood & Rozen

 

Bestellen

 

Edito
Paule Verbruggen
Eventjes vertragen …
p. 3-4

Bijdragen
Jeroen Van Laer
Van 'anti-raketten' tot Irak. Internationale coördinatie van wereldwijd protest en de impact van veranderende communicatietechnologieën

p. 5-24

Bijdragen
Martine Vermandere
Liefdadigheid naar vermogen? Brusselse filantropische verenigingen als pioniers van de vakantiekolonies aan zee (1886-1914)
p. 25-38

Bijdragen
Els Van Damme, Yves T'Sjoen
'Zijde bij de Hitlerjeugd nie meer dan?' 'Vooruit' en Pierken de Spiegelleire op het breukvlak van twee discoursen: van socialisme naar nationaalsocialisme (1931-1944)
p. 41-53

Opgemerkt
Marc Constandt
We reizen om te leren: schoolreizen in het Interbellum
p. 55-67

Collectie
Rik De Coninck
Het archief van Gaston Crommen (1896-1970)
p. 69-71

Recensies
Jelle Versieren
JOSÉ GOTOVITCH & ANNE MORELLI, Contester dans un pays prospère: l'extrême gauche en Belgique et au Canada
p. 72-83

Recensies
Willie Verhoysen
ANGEL SMITH, Anarchism, Revolution and Reaction. Catalan Labour and the Crisis of the Spanish State, 1898-1923
p. 84-87

 

 

 


Van 'anti-raketten' tot Irak: internationale coördinatie van wereldwijd protest en de impact van veranderende communicatietechnologieën

Jeroen Van Laer, doctoraatsstudent Onderzoeksgroep Media, Middenveld en Politiek (M2P),
Departement Politieke Wetenschappen, Universiteit Antwerpen

Op 15 februari 2003 kwamen wereldwijd meer dan een miljoen mensen op straat om te protesteren tegen een nakende Westerse inval in Irak. Het protest was het resultaat van intensieve internationale coördinatie en mobilisatie van vredesbewegingen. Volgens verschillende auteurs en betrokken activisten speelde het internet hierbij een cruciale rol. Het was niet de eerste keer dat vredesorganisaties internationaal de handen in elkaar sloegen. In de jaren 1980 bijvoorbeeld was er een Europees netwerk van organisaties dat regelmatig afspraken maakte om de strijd tegen de kernraketten beter te coördineren. In dit artikel gaan we voor drie momenten van massaal, wereldwijd protest na op welke manier de Vlaamse vredesbeweging internationaal trachtte samen te werken en wat de impact is geweest van veranderende communicatiemogelijkheden. We bekijken achtereenvolgens de grote antirakettenbetogingen (1979-1985), het protest tegen de Eerste Golfoorlog (1990-1991) en het protest tegen de Tweede Golfoorlog (2002-2003). 


From anti-missile demonstrations to Iraq: international coordination of worldwide protest and the impact of changing communication technologies.

Jeroen Van Laer, postgraduate student Research Group Media, Movements and Politics (M2P), Department of Political Science, University of Antwerp

On February 15, 2003 more than a million people took to the streets worldwide to protest against the impending Western invasion of Iraq. These protests were the result of intensive international coordination and mobilisation efforts among peace movements. According to various authors and activists the internet played a key role. Yet, it was not the first time peace movements collaborated internationally. In the 1980s, for example, a European network of organisations agreed on a better coordination of the fight against mid-range nuclear missiles. In this article we select three instances of massive, worldwide protest and examine in what way the Flemish peace movement tried to cooperate internationally with other movements. We also try to assess the impact of changing information and communication opportunities. We successively examine the big anti-missile demonstrations (1979-1985), protests against Gulf War I (1990-1991) and protests against Gulf War II (2002-2003).

 

Des 'antimissiles' à l'Irak : la coordination internationale de la protestation mondiale et l'impact des nouvelles  technologies de communication

Jeroen Van Laer, étudiant de doctorat Groupe de recherche Médias, Mouvement et Politique (M2P), Département des Sciences Politiques, Université d'Anvers

Le 15 février 2003, plus d'un million de personnes dans le monde descendaient dans la rue pour protester contre une invasion occidentale imminente en Irak. Ce mouvement était le fruit d'une coordination et d'une mobilisation internationales intensives des mouvements pacifistes. L'internet, de l'avis d'activistes impliqués et de divers auteurs, a joué un rôle majeur à cet égard. Mais, ce n'était certes pas la première fois que des organisations pacifistes se serraient les coudes à l'échelle internationale car, dès les années 1980, par exemple, des organisations regroupées au sein d'un réseau européen avaient déjà pris l'habitude de se rencontrer afin de mieux coordonner la lutte contre les missiles nucléaires. Dans cette contribution, nous analysons à partir de trois temps forts de la protestation de masse à l'échelle mondiale, de quelle façon le mouvement pacifiste flamand essayait d'apporter sa pierre à l'édifice au niveau international, et quel fut l'impact des moyens de communication en pleine mutation. Nous nous intéressons successivement aux grandes manifestations antinucléaires (1979-1985), au mouvement de protestation contre la Première Guerre du Golfe (1990-1991) et la Deuxième Guerre du Golfe (2002-2003).

 

 

Liefdadigheid naar vermogen? Brusselse filantropische verenigingen als pioniers van de vakantiekolonies aan zee (1886-1914)

Martine Vermandere, Amsab-ISG

Wie het woord 'vakantiekolonies' laat vallen, krijgt meestal nostalgische of traumatische herinneringen te horen aan dit bijna vergeten fenomeen. Maar de vakantiekolonies belichten ook een actueel thema. Een van de redenen waarom de gegoede Brusselse burgerij op het einde van de 19e eeuw vakantiekolonies oprichtte, was immers dat men jongeren die rondhingen in de Brusselse parken als hinderlijk ervoer. Ook toen al associeerde men groepjes jongeren op straat met criminaliteit. Een andere bekommernis van de burgerij toen was de verspreiding van de tuberculose, een typische armoedeziekte. De enige manier om ervoor te zorgen dat men geen tuberculose ontwikkelde, was een goede weerstand op te bouwen door zo gezond mogelijk te leven. Daarvoor had men voldoende voedsel, veel buitenlucht en zon nodig.
Het fenomeen van de vakantiekolonies is het onderwerp van een breed opgezet onderzoek dat in juni 2010 aan het publiek zal worden voorgesteld.
In deze bijdrage belichten we het prille begin. Hoe, op het einde van de 19e eeuw, na de afschaffing van de kinderarbeid en in volle schoolstrijd,  verschillende liberale filantropische organisaties vakantiekolonies begonnen te organiseren. Filantropie als oplossing voor de sociale problematiek bij gebrek aan broodnodige overheidsmaatregelen. Al blijkt bij nader onderzoek dat de overheid - weliswaar op gemeentelijk vlak - wel degelijk tussenkwam.
 

Charity according to wealth? Brussels philanthropic foundations as pioneers in the field of summer camps near the sea (1886-1914)

Martine Vermandere, Amsab-ISH

The very mention of the word 'summer camps' usually evokes nostalgic or traumatic memories of one's youth. Summer camps are an almost forgotten phenomenon. But they also throw light on a current topic. One of the reasons why the Brussels upper middle class established summer camps at the end of the nineteenth century, is that young people hanging around Brussels parks became a nuisance to it. Even then street youth, as a group, were linked to criminal behaviour. At the time the Brussels bourgeosie was also much concerned about the spread of tuberculosis, a typical example of an illness affecting the poor. The only way to prevent the spread of it, was to enhance the body's resistance to infection by living as healthy as possible. For that purpose, food, fresh air and sun were needed in sufficient quantities.
The summer camp phenomenon is the object of a wide-ranging study that will be made public in June 2010. In this contribution  we throw light on the very beginning of summer camps, discussing how various liberal philanthropic foundations started organising them at the end of the nineteenth century, when child labour had just been abolished and school funding caused a bitter controversy. Philanthropic work offered a solution to a pressing social issue that public authorities failed to address. Although, on closer examination local authorities did take action.



Charité bien ordonnée ? Les associations philanthropiques bruxelloises pionnières des colonies de vacances à la côte (1886-1914)

Martine Vermandere, Amsab-IHS

L'évocation des 'colonies de vacances', quelque peu tombées dans l'oubli, n'a pas seulement le don de réveiller des souvenirs émus ou pénibles; elle a également le pouvoir de mettre un thème actuel en lumière. Parmi les raisons qui poussèrent la bourgeoisie bruxelloise nantie de la fin du 19e siècle à créer les colonies de vacances, figurait en effet la volonté d'endiguer le phénomène des jeunes traînant dans les parcs bruxellois. Car, à cette époque déjà, on assimilait les groupements de jeunes en rue à la criminalité. Une autre préoccupation de la bourgeoisie était la propagation de la tuberculose, maladie typique de la pauvreté: se forger une bonne résistance grâce à une alimentation et un mode de vie sains au grand air était la seule parade contre cette affection.
Les colonies de vacances constituent le thème d'une large enquête qui sera présentée au public en juin 2010.
Dans cette contribution, nous nous intéressons à la genèse du phénomène et analysons comment, à la fin du 19e siècle, après l'abolition du travail des enfants et en pleine guerre scolaire, diverses organisations philanthropiques libérales ont commencé à mettre sur pied des colonies de vacances. De facto une démarche philanthropique pour répondre à la problématique sociale en l'absence des mesures gouvernementales indispensables. Même si une analyse plus fouillée atteste que le gouvernement - à l'échelon communal, il est vrai - est quand même intervenu.

 



Zijde bij de Hitlerjeugd nie meer dan?
Vooruit en Pierken de Spiegelleire op het breukvlak van twee discoursen: van socialisme naar nationaalsocialisme (1931-1944)

Els Van Damme, Aspirant van het Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek-Vlaanderen, UGent en Yves T'Sjoen, docent moderne Nederlandse Literatuur,UGent

In dit artikel wordt vanuit een tekstvergelijkend perspectief de Brief van Pierken in de krant Vooruit (1931-1944) bestudeerd. Richard Minne en Frits van den Berghe publiceerden aanvankelijk in Koekoek, en vanaf 1935 in Vooruit, wekelijks een Brief van Pierken. Tijdens de Duitse bezetting vluchtte de redactie van Vooruit naar het buitenland en werden de redactionele activiteiten overgenomen door figuren die met de bezetter collaboreerden. Ondanks de afwezigheid van Minne (Van den Berghe overleed in 1939) werd de Brief van Pierken voortgezet in de krant. De man die zich in de 'gestolen' Vooruit schuilhield achter de figuur van Pierken was Leo Poppe.
De ideologiekritische Brieven van Pierken in de periode 1931-1939 respectievelijk 1940-1944 worden eerst in hun brede historische en internationale context gesitueerd. Politieke, economische en sociale bewegingen op het internationale forum van de jaren 1930 worden in een kort overzicht gepresenteerd. Voorts wordt ingegaan op de geschiedenis en het specifieke karakter van de Brief van Pierken. In een tweede deel van deze bijdrage verschuift de focus van historiciteit naar discours. In een discoursanalytische studie van de Brieven, meer bepaald een onderzoek naar ideologisch geladen passages, wordt duidelijk welke verschuivingen zich in de denkwereld van Pierken de Spiegelleire hebben voltrokken.

 

'Are you no longer a member of the Hitler Youth?'
'Vooruit' and Pierken de Spiegelleire at the breaking point of two discourses: from socialism to national socialism(1931-1944)

Els Van Damme, Fellow of the Research Foundation - Flanders, University of Ghent and Yves T'Sjoen, associate professor in the Departement of Dutch Literature, University of Ghent

This article examines de Brief van Pierken (Letter of Pierken) in the Flemish newspaper  Vooruit (1931-1944),  i.e. a study of the text involving a comparative perspective. At first Richard Minne and Frits van den Berghe published a Brief van Pierken in Koekoek every week; from 1935 onwards they did so in Vooruit. When the Germans occupied Belgium, the editorial staff fled the country and persons collaborating with the occupying forces took over and 'stole' the newspaper. Minne was no longer there (Van den Berghe died in 1939), but the Brief van Pierken continued to be published. The man behind the figure of Pierken was Leo Poppe. 
In the first part of this article the Brieven van Pierken (Letters of Pierken), dating from 1931- 1939 and 1940-1944 respectively, are situated  in a broad historical and international context. Political, economic and social movements of the 1930s are briefly introduced. The history and particular features of de Brief van Pierken are examined. In the second part of this article there is a change of focus: we now turn from historicity to a critical discourse analysis of the Brieven (Letters). By examining ideologically charged extracts, the shift in the way of thinking of  Pierken de Spiegelleire becomes clear.

 

'Alors, t'es plus aux Jeunesses Hitlériennes?'
'Vooruit' et Pierken de Spiegelleire au point de rupture de deux discours: du socialisme au national socialisme (1931-1944)

Els Van Damme, Aspirante au Fonds de la Recherche Scientifique - Flandre, Université de Gand  et Yves T'Sjoen, professeur de Littérature néerlandaise moderne, Université de Gand

Cet article propose, sous l'angle de l'analyse comparée de textes, une étude du Brief van Pierken (Lettre de Pierken) parue dans le journal Vooruit (1931-1944). A l'origine, un Brief van Pierken paraissait chaque semaine dans Koekoek sous la houlette de Richard Minne et Frits van den Berghe et, à partir de 1935, dans Vooruit. Pendant l'occupation allemande, la rédaction de Vooruit fuit à l'étranger et les activités rédactionnelles furent dès lors reprises par des personnes collaborant avec l'occupant. Malgré l'absence de Minne (Van den Berghe était décédé en 1939), le Brief van Pierken continua à paraître dans le journal; l'homme qui se dissimulait derrière le personnage de Pierken dans le Vooruit  'volé' était Leo Poppe.
Les Brieven van Pierken (Lettres de Pierken), d'essence critique idéologique, sont, respectivement pour les périodes 1931-1939 et 1940-1944, d'abord placées dans leurs contextes historique et international au sens large. Quant aux mouvements politiques, économiques et sociaux au forum international des années 1930, ils font l'objet d'un court passage en revue. Ensuite, c'est au tour de l'histoire et du caractère spécifique du Brief van Pierken d'être analysés. Dans la seconde partie de cette contribution, le focus se déplace de l'historicité vers le discours. Grâce à l'étude de type discours analytique des Brieven (Lettres), et plus particulièrement des passages chargés idéologiquement, on décode clairement les glissements qui se sont produits dans le système de pensée de Pierken de Spiegelleire.