Brood & Rozen, (2014)3 PDF Afdrukken E-mail
Image 


Bestellen

 


Edito
Paule Verbruggen
pp. 2-3

Bijdrage
Nicolas Lépine 
De Belgische Werkliedenpartij en de solidariteit met het republikeinse Spanje, 1936-1937 
pp. 4-23

Bijdrage
Jelle Versieren
Het Demokratisch Aktiekomitee (1967-1968). Een vroegtijdige poging om radicaal-links in Vlaanderen te verenigen 
pp. 25-41

Opgemerkt
Marc Constandt
Met de automobiel naar zee. De impact van een nieuw vervoermiddel op de Belgische kust (1900-1940) 
pp. 42-51 

Opgemerkt 
Yasmine Van Moortel
Aarde is aarde. Rouw- en grafrituelen bij Turkse Gentenaars. Verslag van een tentoonstelling in Amsab-ISG 
pp. 53-60

Curiosum
Jean Jaurès, protagonist van de vrede
pp. 62-63

Collectie 
Maarten Savels
Van rank kiempje naar knoestige eik. Het archief van Velt
pp. 64-72 

Recensie
Rik Hemmerijckx
Paul ARON & Cécile VANDERPELEN-DIAGRE, Edmond Picard. Un bourgeois socialiste belge à la fin du 19e siècle 
pp. 73 



De Belgische Werkliedenpartij en de solidariteit met het republikeinse Spanje, 1936-1937

Nicolas Lépine, doctor in de geschiedenis, Université Laval 

Hoewel de Belgische Werkliedenpartij, de Socialistische Internationale en de Internationale Vakbondsfederatie toch een omvangrijke solidariteitscampagne met het republikeinse Spanje op het getouw hebben gezet, heeft die tot dusver niet de aandacht gekregen die zij verdient. Dat heeft te maken met het beleid van non-interventie, het gebrek aan middelen, en de neiging van de socialistische leiders om in de schaduw te werken en zich niet nadrukkelijk te profileren. Nochtans hebben ook socialistische militanten waardevolle initiatieven ontplooid nadat de militaire steun van de Sovjet-Unie een feit werd, al botsten die meestal met het officiële non-interventiebeleid van hun organisaties en de wens om het socialistische karakter van die initiatieven niet verloren te laten gaan. Zo werd in de winter van 1937 toch een compromis bereikt: een vaste vertegenwoordiger ging kantoor houden in Valencia, er werd een bureau van de Socialistische Internationale en de Internationale Vakbondsfederatie opgericht, het aantal socialistische commissarissen bij de Internationale Brigades werd opgedreven en er werd een gezondheidsnetwerk gecreëerd. Uiteindelijk werd er in Onteniente een hospitaalproject gerealiseerd, maar het gevecht om de politieke controle ervan hield nooit op.

The Belgian Workers Party and the solidarity with the Spanish Republic, 1936-1937

Nicolas Lépine, Doctor of History, Université Laval

The Belgian Workers Party, the Socialist International and the International Federation of Trade Unions launched a major solidarity campaign with the Spanish Republic during the Spanish Civil War. Unfortunately, it has not attracted the attention it deserved so far. This has something to do with the fact that the socialist leadership endorsed the non-intervention policy and therefore tended to keep a low profile. Also, aid efforts were being hampered by limited financial resources. However, after the Soviet Union started providing military assistance to the Spanish Republic, socialist militants too made significant efforts to help the Spanish comrades, although they were often thwarted by the non-intervention policy. In the winter of 1937, a compromise was reached: a permanent representative was appointed and moved to Valencia, the Socialist International and the International Federation of Trade Unions agreed on establishing a Bureau in Spain, they boosted the number of commissars with the International Brigades and a medical care network was created. The most important socialist project was the Onteniente hospital. But socialists and communists never stopped fighting for the political control of it.

Le Parti Ouvrier Belge et le mouvement de solidarité envers la République espagnole, 1936-1937

Nicolas Lépine, docteur en histoire, Université Laval

Malgré son ampleur, la campagne du pob et du Fonds de solidarité des Internationales sociales-démocrates pour l’Espagne républicaine reste méconnue en raison du cadre peu spectaculaire dans lequel l’a confiné la politique de non-intervention, le manque de moyens et la propension des leaders pour l’action à bas profil. Pourtant, des militants belges accomplissent d’importants efforts de valorisation dans la foulée de l’intervention soviétique, efforts se butant le plus souvent à la ligne légaliste et spécifiquement socialiste des organisations officielles. Or, à l’hiver 1937, on en arrive à une solution de compromis prévoyant l’installation d’un délégué permanent, la mise sur pied d’un réseau sanitaire, d’un Bureau des Internationales et l’accroissement du nombre de commissaires socialistes dans les Brigades internationales. Et si le projet d’hôpital militaire s’impose, la lutte pour son contrôle politique en sera une de chaque instant.


Het Demokratisch Aktiekomitee (1967-1968). Een vroegtijdige poging om radicaal-links in Vlaanderen te verenigen

Jelle Versieren, doctoraal onderzoeker, Universiteit Antwerpen

De geschiedenis van Belgisch radicaal-links werd telkens opnieuw gekenmerkt door het tragisch verhaal van gemiste kansen om electoraal gewicht in de schaal te leggen. Sinds de breuk met de sociaaldemocratie en de opkomst van het stalinisme ontstonden voortdurend nieuwe ideologische twisten. Bovendien had de sociaaldemocratische zuil in vergelijking met omringende landen weinig of niets te vrezen van een sterke oppositie aan de linkerzijde. Er was de Kommunistische Partij, die enkel in de eerste jaren na de Tweede Wereldoorlog haar verworven aura als verzetsbeweging kon kapitaliseren. Het naoorlogs verzuilde landschap liet echter weinig ruimte om haar politieke activiteiten verder te ontplooien. Tot de dood van Stalin in 1953 verkoos de partij bovendien het dictaat van Moskou te volgen en zichzelf te isoleren van het politieke en sociale gebeuren. De trotskistische Vierde Internationale daarentegen opteerde voor de entrisme-strategie. Dat betekende dat de leden werden aangemoedigd om zich aan te sluiten bij een sterkere linkse partij, om op die manier hun ideeën uit te dragen. Het was tekenend dat de Belgische afdeling van de Vierde Internationale vond dat het de moeite niet loonde om zich op de communistische partij te richten. Ondanks de roerige jaren 1960 – een tijd van schisma’s, splitsingen, voorstellen tot samenwerking en nieuwe intellectuele platforms – waren alle pogingen om een populaire nieuw-linkse politieke partij uit te  bouwen tevergeefs. In deze bijdrage belichten we de vergeten kortstondige geschiedenis van het Demokratisch Aktiekomitee, dat als voorbeeld kan dienen om de volgende talloze pogingen tot unificatie van de linkerzijde te verklaren. Daarbij staan we ook stil bij de redenen waarom die initiatieven faalden.

The Democratisch Aktiekomitee (1967-1968). An early attempt to unite Flanders’ far left

Jelle Versieren, doctoral researcher, University of Antwerp

Belgium’s far left history has been marked by missed opportunities to draw substantial electoral support. We have witnessed an ongoing stream of fresh ideological disputes since the split between social democrats and communists and the emergence of Stalinism. Moreover, Belgian social democrats, unlike their comrades in neighbouring countries, had nothing to fear from a strong opposition to the left of them. Only in the immediate post-war years could the Communist Party of Belgium capitalize on the stiff resistance it had put up against the Germans. The consociational pillars of the post-war political landscape left it little room for its politics and policies. Moreover, it chose to follow the dictates of Moscow until Stalin died in 1953, which left it isolated from political and social developments. The Trotskyist Fourth International, on the other hand, adopted an entrist strategy, i.e. it encouraged its members to join a strong left-wing party and express their views within that party. Significantly, the Belgian section of the Fourth International did not even bother to put its efforts into the communist party. Although the 1960s were exciting times for the (far) left, with schisms, splits, proposals for co-operation and new intellectual platforms, all attempts to build a popular ‘new left’ party failed. This article highlights the history of the Democratisch Aktiekomitee. It was a short-lived and largely forgotten attempt, but it exemplifies the (far) left’s on-going failure to unite itself. We also try to explain why subsequent attempts have failed.

Le Demokratisch Aktiekomitee (1967-1968). Une tentative précoce de rassemblement de la gauche radicale en Flandre

Jelle Versieren, chercheur doctorant, Université d’Anvers

La gauche radicale belge fut marquée de façon répétée par ses occasions manquées de peser sur l’échiquier électoral. Depuis la fracture avec la social-démocratie et l’émergence du stalinisme, de nouvelles querelles idéologiques faisaient sans cesse surface. De plus, par comparaison avec les pays voisins, le pilier social-démocrate (le parti politique et le syndicat allié du parti) n’avait rien à craindre – ou si peu – d’une opposition forte de l’aile gauche. Quant au Parti Communiste, c’est seulement dans les premières années qui suivirent la Deuxième Guerre mondiale, qu’il sut tirer parti de son aura conquise pour se positionner comme mouvement d’opposition. Le paysage compartimenté de l’après-guerre ne lui laissait en effet qu’une faible marge de manoeuvre pour déployer ses activités politiques. Jusqu’à la mort de Staline en 1953, le parti préféra d’ailleurs obéir au diktat de Moscou et s’isoler de la vie politique et sociale. La Quatrième Internationale trotskiste, en revanche, opta pour la stratégie d’entrisme qui consistait à encourager ses membres à adhérer à un parti de gauche plus fort, et ainsi faire rayonner leurs idées. Il était symptomatique que la section belge de la Quatrième Internationale estimât qu’il n’était pas utile de se tourner vers le parti communiste. Malgré l’agitation des années 1960 – une époque de schismes, de scissions, de propositions de collaboration et de nouvelles plateformes intellectuelles –, toutes les tentatives pour faire émerger un parti politique populaire de nouvelle gauche restèrent vaines. Cette contribution éclaire l’histoire – éphémère et oubliée – du Demokratisch Aktiekomitee (Comité d’Action Démocratique), qui illustre et explique les nombreuses tentatives ultérieures d’unification de l’aile gauche. Nous analysons dans la foulée les raisons de leurs échecs.



Met de automobiel naar zee. De impact van een nieuw vervoermiddel op de Belgische kust (1900-1940)

Marc Constandt, conservator Gemeente Middelkerke

De geschiedenis van de auto is altijd een fascinerend onderwerp geweest. Ze wist meerdere auteurs te bekoren. Ook de geschiedenis van topmerken als Ford, Citroën, Minerva … en van de ondernemers die aan de basis ervan lagen, zoals Henry Ford en André Citroën, kreeg heel wat belangstelling en werd minutieus te boek gesteld. De evolutie van het technisch vernuft en het design van de modellen werden uitgebreid beschreven en geanalyseerd. De maatschappelijke gevolgen van ‘de blijde intrede’ van dit vervoermiddel in ons land bleven lange tijd onderbelicht. Donald Weber maakte daarover intussen een schitterende studie. Over de specifieke relatie tussen het kusttoerisme en de intrede van de auto is echter nog niet veel geschreven. De auto heeft nochtans op korte tijd een belangrijke rol gespeeld bij de verdere verspreiding van toerisme aan onze kust. In dit artikel bekijken we hoe dat steeds populairdere vervoermiddel de kust heeft veranderd.

By private car to the seaside. The impact of a new mode of transport on the Belgian seaside resorts (1900-1940)

Marc Constandt, curator of Middelkerke

Many authors have had a deep fascination with cars, the history of top brands such as Ford, Citroën and Minerva, and the manufacturers themselves such as Henry Ford and André Citroën. Meticulous attention was paid to innovation in car technology and design, but the social impact of this new mode of transport in Belgium was largely overlooked for a long time. Fortunately, Amsab-ISH staff member Donald Weber has recently published an excellent piece of research on that subject. This article highlights the impact of private cars on the Belgian seaside resorts and the tourism industry. Not much has been written about that, although cars played a crucial role in giving that industry a big uplift in a short period of time. Cars became immensely popular and seaside resorts underwent profound changes.

En voiture à la mer. L’impact d’un nouveau moyen de transport sur la côte belge (1900-1940)

Marc Constandt, conservateur, commune de Middelkerke

Depuis toujours, l’automobile fascine et de nombreux auteurs sont d’ailleurs tombés sous son charme. Des fleurons tels Ford, Citroën ou Minerva … et des pères fondateurs comme Henry Ford et André Citroën, ont déjà fait couler beaucoup d’encre et leur histoire a été minutieusement compilée. Si l’évolution de l’ingéniosité technique et le design des modèles ont été décrits et analysés en profondeur, les conséquences sociales de la ‘joyeuse entrée’ de ce moyen de transport dans notre pays n’avaient pas, jusqu’il y a peu, été prises suffisamment en considération. Cette ‘erreur’ a été réparée entretemps par Donald Weber qui nous propose une remarquable étude. A ce jour, peu d’informations sont toutefois disponibles à propos de la relation spécifique entre le tourisme côtier et l’introduction de l’auto qui joua pourtant dans un court laps de temps un rôle majeur dans l’évolution du tourisme sur notre côte. Cette contribution nous apprend comment ce moyen de transport toujours plus populaire a transformé la côte.



Aarde is aarde. Rouw- en grafrituelen bij Turkse Gentenaars. Verslag van een tentoonstelling in Amsab-ISG

Yasmine Van Moortel, master in de kunstwetenschappen en archeologie, VUB

In het kader van het vak Forum: actuele thema’s in de Kunstwetenschappen en Archeologie bezocht ik een tentoonstelling rond het thema ‘de dood’. In Amsab-ISG in Gent loopt nog tot 19 december de tentoonstelling Aarde is aarde. Rouwen grafrituelen bij Turkse Gentenaars. De jonge Gentse curator Maud Seuntjens (°1990) is als historica gespecialiseerd in migratiegeschiedenis. Haar masterscriptie A-way of the dead body. Topografie van rouw- en grafrituelen bij de Turkse gemeenschap in Gent was de basis voor deze tentoonstelling. Seuntjens werkte onder andere ook mee als verantwoordelijke aan Anneessens Palace, een project van bna-bbot en de Erfgoedcel Brussel. Voor dit Gentse project voerde ze interviews met verschillende Gentse Turken, om zicht te krijgen op hun belevingswereld en op de verhouding tussen hun roots en België. De tentoonstelling kwam tot stand met de steun van het Instituut voor Publieksgeschiedenis van de UGent.
Hoewel de Turkse aanwezigheid vandaag de dag doordrongen lijkt in de Gentse samenleving, heerst er een grote onwetendheid over bepaalde aspecten van hun cultuur. Deze tentoonstelling wil een licht werpen op de omgang met de dood. Hoe worden Turkse Gentenaars begraven? Wat zijn hun beweegredenen voor de keuze van begraafplaats, België of Turkije? Hoe kunnen we het karakter van de rouwrituelen en de herdenking van de doden omschrijven? De tentoonstelling heeft de bedoeling zo veel mogelijk aspecten rond de dood aan bod te laten komen, aan de hand van getuigenissen, foto’s en filmmateriaal.

Earth is earth. Funeral rites and mourning ceremonies of the Turkish community in Ghent. Notes from an exhibition at Amsab-ISH

Yasmine Van Moortel, Master in Arts and Archaeology, Free University of Brussels

In 1964, Belgium and Turkey signed an agreement that allowed Turkish citizens to work in Belgium. Fifty years later Ghent has a thriving Turkish community. The general public nevertheless remains profoundly ignorant of certain aspects of its culture. The exhibition Aarde is aarde. Rouw- en grafrituelen bij Turkse Gentenaars, at Amsab-ISH, highlights how the Turkish community in Ghent has coped with death. What funeral rites are performed? What are the motives for being buried in Belgium, or in Turkey? How to define the essence of their mourning and remembrance ceremonies? This exhibition aims to illuminate all this. It touches upon a variety of aspects, drawing on testimonies and using photos and films.

‘Aarde is aarde. Rouw- en grafrituelen bij Turkse Gentenaars’. Compte rendu d’une exposition à l’Amsab-IHS

Yasmine Van Moortel, master en sciences de l’art et archéologie, VUB

En 1964, la Belgique conclut un traité avec la Turquie qui autorise l’embauche officielle de travailleurs turcs dans notre pays. Cinquante plus tard, l’intégration de la communauté turque au sein d’une ville comme Gand est totale mais il subsiste toutefois encore de nombreuses zones d’ombre à propos de certaines facettes de sa culture. L’exposition Aarde is aarde. Rouw- en grafrituelen bij Turkse Gentenaars (Sur terre et en terre. Rituels funéraires et de deuil chez les Turcs gantois) à l’Amsab-IHS apporte un éclairage sur la façon dont les Turcs gantois appréhendent la mort. Comment les Turcs gantois sont-ils inhumés? Quelles raisons motivent le choix du lieu d’inhumation, la Belgique ou la Turquie? Comment caractériser les rituels funéraires et la commémoration de leurs défunts? L’exposition nous guide de façon accessible et éclairante tout au long du processus d’inhumation des Turcs gantois. Elle vise à présenter le plus grand nombre d’aspects possibles liés à la mort, par le biais de témoignages, de photos ou de vidéos. Nous sommes allés y faire un tour dans le cadre de la discipline Forum: thèmes actuels en Sciences de l’art et Archéologie.