Brood & Rozen, (2014)2 PDF Afdrukken E-mail
Image 


Bestellen

 


Edito
Paule Verbruggen
pp. 2-3

Bijdrage
Liselotte Sels 
Vijftig jaar migratie, veertig jaar muziek. Een reconstructie van de geschiedenis van de Turkse muziek in Gent 
pp. 5-35

Bijdrage
Peter Vanhooren
Blauwe boorden, witte kielen. Het eenheidsstatuut en de georganiseerde bediendebeweging 
pp. 36-49

Opgemerkt
Eric Torrekens
Bienhechor de la España Republicana. Zoektocht naar mijn communistische grootvader 
pp. 50-59 

Curiosum
Bart Hellinck
Mr Gay World 
pp. 60-61

Collectie 
Maarten Savels
Van Luizengevecht tot Paradijszak. Het archief van WIARUG
pp. 63-64 

Recensie
Willie Verhoysen
Jan Willem STUTJE, Ferdinand Domela Nieuwenhuis. Een romantische revolutionair 
pp. 65-70 

Recensie
Piet Creve
Twee straffe madammen over migratie naar Gent
pp. 70-71




Vijftig jaar migratie, veertig jaar muziek. Een reconstructie van de geschiedenis van de Turkse muziek in Gent

Liselotte Sels, doctoraatsassistent Hogeschool Gent – School of Arts – Conservatorium

De voorbije vijftig jaar verrijkten verschillende migrantengroepen het socioculturele leven vande stad Gent. Daarvan groeide de Turkse uit tot een substantiële gemeenschap van circa één tiende van de Gentse bevolking in 2014. Vrij snel ontwikkelde ze een actief muzikaal leven. Dat begon met een professionele muzikantenfamilie uit Turkije die werd uitgenodigd om aan de muzikale behoeften tegemoet te komen. Al in de jaren 1970 waren er eerste samenwerkingen tussen Turkse muzikanten en muziekleraars, en Vlaamse organisatoren en instellingen. In de jaren 1980 begon het muziekleven van de Gentse Turken zich sterker te verankeren in het algemene culturele leven van de stad en werd de kiem gelegd voor duurzame projecten. Terwijl het Gents-Turkse muzikale landschap zich steeds meer diversifieerde en een breder doelpubliek bereikte, nam in de jaren 1990 ook de steun vanuit officiële kanalen toe. Kleinere Turkse zelforganisaties konden subsidies aanvragen, terwijl de stad zelf een duurzaam intercultureel centrum oprichtte. De input van professionelen uit Turkije en de persoonlijke gedrevenheid van geëngageerde Turkse en Vlaamse individuen waren door de jaren heen betekenisvolle factoren. Deze bijdrage biedt een chronologisch overzicht van die ontwikkelingen en plaatst ze in een bredere internationale context.

Fifty years of migrations, forty years of music. A reconstruction of the history of Turkish music in Ghent

Liselotte Sels, PhD researcher, Hogeschool Gent – School of Arts – Conservatorium

During the past fifty years several migrant groups have enriched the socio-cultural life in Ghent. The Turkish community developed into a substantial group, which forms nowadays approximately one tenth of the town’s population. It developed quite quickly an active musical life. It started with a family of professional musicians from Turkey that was invited to meet the musical needs in Ghent. Already in the 70s collaborations took place between Turkish musicians and music teachers and Flemish organizations and institutions. During the 80s the musical life of the Ghent Turks strongly anchored in the general cultural life in town, which has laid the seeds for sustainable projects. While the Ghent- Turkish musical scene became more diversified and reached a wider audience during the 90s, also the support of official channels increased. Smaller Turkish organizations could apply for financial grants, and the city itself established an intercultural centre. The input of Turkish professionals and the personal drive of engaged Turkish and Flemish individuals were important factors over the years. This article offers a chronology of those evolutions and places them in a broader international context.

Cinquante ans de migration, quarante ans de musique. Une reconstitution de l’histoire de la musique turque à Gand

Liselotte Sels, assistante doctorante à la Hogeschool Gent – School of Arts – Conservatorium

Ces cinquante dernières années, divers groupes issus de l’immigration ont enrichi la vie socioculturelle de la ville de Gand. Et, parmi ceux-ci, nous nous intéressons à la communauté turque. Elle se développa de façon substantielle jusqu’à constituer un dixième de la population gantoise en 2014 et déploya très vite une activité musicale florissante. Le coup d’envoi fut donné par une famille de musiciens professionnels de Turquie, invitée afin de satisfaire les besoins musicaux. Les années 1970 déjà furent les témoins des premières associations nouées entre des musiciens turcs d’une part, et des professeurs de musique, des institutions ou organisateurs flamands, d’autre part. Dans les années 1980, la destinée musicale des Turcs gantois s’enracine plus profondément dans la vie culturelle globale de la ville et les germes de projets pérennes sont plantés. Tandis que le paysage musical turco-gantois continue à se diversifier et touche désormais un public plus large, le soutien émanant de canaux officiels va lui aussi grandissant dans les années 1990 : des organisations turques plus modestes peuvent dorénavant solliciter des subsides et, la ville elle-même, s’attelle à la création d’un centre interculturel durable. L’input de professionnels de Turquie ainsi que l’enthousiasme d’individus motivés – turcs et flamands – furent, au fil des ans, des ingrédients significatifs de cette dynamique. Cette contribution propose un aperçu chronologique de ces développements, mis en perspective dans un contexte international plus large.


Blauwe boorden, witte kielen. Het eenheidsstatuut en de georganiseerde bediendebeweging

Peter Vanhooren, historicus

Het gedurende decennia aangekondigde eenheidsstatuut voor arbeiders en bedienden kwam erg moeizaam tot stand. Zo spraken de arresten van het Grondwettelijk Hof in 1993 en in 2011 elkaar tegen over de al dan niet grondwettigheid van ongelijkheid tussen beide statuten. Het eerste arrest hield, mede onder invloed van de bediendevakbonden, rekening met de historische dimensie ter verklaring en situering van het onderscheid. Dat element ontbrak in 2011. Dit artikel geeft een kort overzicht van de evolutie van de maatschappelijke positie van de groep van de bedienden en de roldie hun georganiseerde bewegingdaarbij speelde. De hoge sociale status en het sterke klassenbewustzijn die tot diep in de jaren 1920 overeind bleven, leidden tot een duidelijk verschillende behandeling voor bedienden bij het tot stand komen van de eerste beschermende wetgeving. Na de malaise van het bediendevraagstuk kalfde de status in ijltempo af. De houding van de grote organisaties werd weliswaar beïnvloed door hun verschillende ideologische achtergrond, maar evolueerde mettertijd in een min of meer gelijklopende richting.

Blue collars, white smocks. The unified statute and the organized office workers’ movement

Peter Vanhooren, historian

Though it was announced during the past decades, the unified statute for blue- and white-collar workers proved to be very difficult to establish. The 1993 and 2011 judgements of the constitutional court contradicted each other concerning the constitutionality of the inequality between the statutes of blue- and white-collar workers. Under the influence of the office workers’ labour organization, the first judgement took the historic dimension into account to explain and situate the difference. This element was missing in the 2011 judgement. This article provides an overview of the evolution of the social position of the group of clerks and the role of their organized movement. The high social status and the strong class consciousness remained standing deep into the 20s and led to a different treatment of office workers with the creation of the first protective legislation. After the ‘issue of the clerks’, their status caved in at top speed. The position of the major organizations was affected by their different ideological backgrounds, but evolved in time in a more parallel direction.

Cols bleus, blouses blanches. Le statut unique et le mouvement organisé des employés

Peter Vanhooren, historien

L’introduction du statut unique entre ouvriers et employés, en souffrance depuis des décennies, fut le fruit d’un compromis obtenu à l’arraché. Ainsi, la Cour constitutionnelle, dans ses arrêts de 1993 et 2011, se contredisait à propos du caractère constitutionnel ou non de l’inégalité entre les deux statuts. Le premier arrêt s’appuyait – sous la pression de syndicats d’employés – sur la dimension historique pour justifier et asseoir la disparité de statut alors qu’en 2011, ce paramètre passe à la trappe. Cette contribution brosse le tableau de l’évolution de la position sociétale du groupe des employés et du rôle joué, à cet égard, par leur mouvement organisé. La différence nette de traitement entre ouvriers et employés, entérinée par la première législation en matière de protection, puise sa justification dans une conscience de classe forte et un haut statut social, tous deux très prégnants jusqu’à la fin des années 1920. Après le malaise suscité par le ‘problème employé’, la notion de statut s’éroda très rapidement. S’il est en effet vrai que les divers cadres idéologiques jouèrent un rôle dans la posture adoptée par chaque grande organisation, il n’en reste pas moins que leur attitude évolua, au fil du temps, dans une direction plus ou moins parallèle.



Bienhechor de la España Republicana. Zoektocht naar mijn communistische grootvader

Eric Torrekens, jurist

In januari 1939 kreeg Frans Torrekens, mijn grootvader, een diploma uitgereikt voor zijn hulp aan de Spaanse republiek. Dat diploma met Spaanse tekst was ondertekend door Dolores Ibárruri (La Pasionaria) en Julio Álvarez del Vayo. Bij het begin van de Spaanse Burgeroorlog kwam La Pasionaria met een republikeinse delegatie naar Parijs en België, op zoek naar steun voor de regering. Het Belgisch hulpcomité dat het diploma uitreikte, bestond uit socialistische en communistische prominenten, onder voorzitterschapvan de socialistische senator Henri Rolin. Frans Torrekens was zelf een communistisch militant. In dit artikelbeschrijf ik mijn zoektocht naar de oorsprong en de betekenis van het diploma dat hij kreeg.

Bienhechor de la España Republicana. Search for my Communist grandfather

Eric Torrekens, jurist

In January 1939 my grandfather Frans Torrekens received a diploma for his assistance to the Spanish republic. This diploma in Spanish was signed by Dolores Ibárruri (La Pasionaria) and Julio Álvarezdel Vayo. La Pasionaria came with a republican delegation to Paris and Belgium at the beginning of the Spanish Civil War, seeking support for the government. The diploma was awarded by theBelgian committee for relief, under the chairmanship of the socialist senator Henri Rolin. Frans Torrekens himself was a communist activist. In this article I describe my search for the origin and meaning of the diploma he was awarded with.

Bienhechor de la España Republicana. En quête de mon grand-père communiste

Eric Torrekens, juriste

Mon grand-père Frans Torrekens reçut en janvier 1939 un diplôme, en guise de remerciement pour son aide apportée à la république espagnole. Ce diplôme rédigé en espagnol était signé de la main de Dolores Ibárruri (La Pasionaria) et de Julio Álvarez del Vayo. Au début de la guerre civile espagnole, LaPasionaria, en quête de soutien au gouvernement, se rendit en Belgique et à Paris accompagnée d’une délégation républicaine. Le comité de soutien belgequi remit le diplôme à Frans Torrekens, lui-même militant communiste, était composé de personnalités socialistes et communistes, sous la présidence du sénateur Henri Rolin. Dans cette contribution, je décris mes recherches concernant l’origine du diplôme décerné à mon aïeul, et la signification qu’il revêt.