HOME arrow PUBLICATIES arrow Brood & Rozen arrow Brood & Rozen, (2013)4
Brood & Rozen, (2013)4 PDF Afdrukken E-mail
Image 


Bestellen


Edito
Paule Verbruggen
The past is never dead. It’s not even past
pp. 2-3

Bijdrage
Tessa Boeykens & Eva Willems 
Herinnering in naoorlogs Peru en Guatemala: inzichten uit het veld 
pp. 5-31

Bijdrage
Donald Weber
Leven en werken in de Belgische Transportindustrie, 1913-2013 
pp. 33-55

Opgemerkt
Egon Bauwelinck
‘Het zweet en het bloed van hulpelooze dutsen’. De schaduwzijde van een historische foto 
pp. 56-63 

Opgemerkt
Hendrik Braet
Freddy van Rietvelde, spilfiguur in de herwaardering van ‘de Vooruit’ 
pp. 65-77

Collectie
Rik De Coninck
Heinrich Wandt, de klokkenluider van het Duitse bezettingsleger in Gent
pp. 78-82 

Collectie
Sofie Vrielynck

Un deux trois, plié. Het archief van Lydia Chagoll
pp. 78-82

Recensie
Maarten Savels
LUC GOETEYN & CHRIS JACOBSON, In het oog van de storm. Over mensen, geschiedenis en klimaatveranderingen
pp. 83-87

Recensie
Hans Vandecandelaere
Publieksgericht versus academisch schrijven. Een weerwoord op de recensie van ‘In Brussel’
pp. 83-87




Herinnering in naoorlogs Peru en Guatemala: inzichten uit het veld

Tessa Boeykens & Eva Willems, doctoraal onderzoekers, onderzoekgroep Sociale Geschiedenis na 1750 – onderzoekslijn Meta- en Publieksgeschiedenis, UGent

In heel de wereld worden landen geconfronteerd met de wederopbouw van hun door oorlog verscheurde samenleving. De ‘gepaste’ omgang met het verleden is een van de grote politieke vraagstukken van onze tijd en heeft ook vaak rechtstreekse gevolgen voor het heden. Ook in Peru en Guatemala sloeg recent burgerconflict diepe wonden die de landen vandaag nog steeds likken in een moeizaam verwerkingsproces.
De zoektocht naar waarheid, reparatie en gerechtigheid (‘transitional justice’) werd tot nu toe vooral bestudeerd vanuit juridisch en politiek oogpunt. In postconflictsituaties vervagen de grenzen tussen heden, verleden en toekomst echter zodanig dat historici een belangrijke rol kunnen spelen. Op basis van etnografisch veldwerk in Peru en Guatemala proberen we in dit artikel aan te tonen dat historische wonden kunnen samengaan met een veelheid aan conflictueuze herinneringen en visies op het verleden. Enkel door het scheppen van ruimte en erkenning voor deze herinneringspluraliteit kan er een weg zijn van gewapend conflict naar democratie. Een goed begrip van historische tijd en de manier waarop een pijnlijk verleden al dan niet herinnerd wordt, is volgens ons dan ook essentieel om de transitie naar een democratische samenleving te doen slagen.
Door aan te tonen wat historici kunnen bijdragen aan het transitional justice-veld hopen wij dat toekomstig onderzoek naar de omgang met een gewelddadig verleden de feitelijke waarheid kan overstijgen en intellectuele contexten creëert die maatschappelijk relevant zijn.

Remembrance in post-war Peru and Guatemala: insights from the field

Tessa Boeykens & Eva Willems, Masters in History, University of Ghent

Countries across the world are facing reconstruction of their war-torn societies. The way of dealing ‘properly’ with the past is one of the burning political issues of our time, and often has a direct impact on today’s society. Recent civil war in Peru and Guatemala has inflicted deep wounds, which have been difficult to heal and come to terms with. 
So far, the search for truth, reparation and justice has been mainly examined from a legal and political perspective. However, in post-conflict situations, present, past and future are so much intertwined that historians too can play a prominent role. This article, based on ethnographic fieldwork in Peru and Guatemala, tries to point out that historical wounds can go together with a multitude of memories and potentially conflicting views of the past. Only by acknowledging the plurality of these memories one can pave a way from violent conflict to democracy. In our opinion, a proper understanding of a painful past and the way it is being remembered (or not), is indispensable in the transition to democracy.
By demonstrating how historians can contribute to transitional justice, we hope that future research on how to deal with a violent past may transcend the factual truth and create relevant intellectual contexts in today’s society.

L’après-guerre au Pérou et au Guatemala: travail de mémoire et réflexions de terrain

Tessa Boeykens et Eva Willems, maîtres en histoire, Université de Gand

Dans le monde entier, des pays sont aux prises avec le problème de la reconstruction de leur société dévastée par la guerre. La façon ‘adéquate’ d’appréhender le passé constitue l’un des enjeux politiques majeurs de notre époque et a souvent des répercussions directes sur le présent. Récemment, le Pérou et le Guatemala ont été déchirés par un conflit civil qui a laissé de profondes blessures que ces deux pays tentent encore, au jour d’aujourd’hui, de panser en effectuant un difficile travail de reconstruction.
Jusqu’à ce jour, la quête de la vérité, de la réparation et de la justice (transitional justice) a été surtout étudiée sous les angles juridique et politique. Dans les situations post-conflictuelles, les frontières entre le présent, le passé et le futur s’estompent au point que le rôle des historiens peut, à cet égard, s’avérer déterminant. Nous basant sur un travail ethnographique de terrain au Pérou et au Guatemala, nous cherchons, dans cette contribution, à montrer que les blessures historiques peuvent s’accompagner d’une pléthore de souvenirs conflictuels et de regards divergents portés sur le passé. Seule la création d’un espace de reconnaissance de cette pluralité de souvenirs peut, dans l’empreinte d’un conflit armé, ouvrir la voie vers la démocratie. Une compréhension correcte du moment historique et la façon d’assumer ou de refouler un passé douloureux sont elles aussi, selon nous, essentielles pour que la transition vers une société démocratique s’opère avec succès.
En montrant de quelle manière les historiens peuvent contribuer au champ de la justice transitionnelle, nous espérons que les études futures traitant de la relation à un passé conflictuel pourront aller au-delà de la vérité factuelle, créant ainsi des contextes intellectuels qui soient pertinents.


Leven en werken in de Belgische transportindustrie 1913-2013

Donald Weber, onderzoeker, Amsab-ISG

Over het leven van zeelieden, vissers en dokwerkers is al heel wat geschreven. Vaak zijn het de spectaculaire en duistere kanten die aan bod komen: de rauwe romantiek van de IJslandvaart bijvoorbeeld, of de miserabele levensomstandigheden van de Antwerpse dokwerkers. Maar daardoor blijft heel wat verborgen: de gewone verhalen uit het dagelijks leven van de arbeiders en hun gezinnen. In de publicatie Leven en werken in de Belgische transportindustrie, 1913-2013 probeer ik een wat genuanceerder beeld te schetsen op basis van getuigenissen, memoires, autobiografieën en tientallen interviews. Het zijn dan ook eerst en vooral de matrozen, havenarbeiders, chauffeurs en andere transportarbeiders zelf die aan het woord komen. Stap voor stap gaat de tekst doorheen de verschillende fasen van de levens van deze arbeiders, van het aanmonsteren van de jonge lichtmatroos tot het pensioen van de kapotgewerkte dokwerker. In een weids panorama worden de vele verschillende jobs en taken beschreven aan boord van het schip, hoog in de cabine van een vijftonskraan op de kade, onderweg met de vrachtwagen, in het magazijn of in de buik van een vliegtuig op de luchthaven. Hieronder leest u een fragment uit het boek.

Living and working conditions in the Belgian transport sector, 1913-2013

Donald Weber, researcher, Amsab-ISH

Much has been written already on the lives of seamen, fishermen and dockers. And often the spectacular aspects and darker sides feature prominently in these stories, for example, the raw romanticism of the Icelandic trade or the miserable living conditions of the Antwerp dockers. But many other aspects have hitherto remained concealed, such as the simple stories of everyday life of workers and their families. Leven en werken in de Belgische Transportindustrie, 1913-2013 gives a vivid picture of the living and working conditions of Belgian transport workers, by taking a more balanced approach, based on testimonies, memoirs, autobiographies and dozens of interviews. The seamen, port workers, truck drivers and other transport workers themselves are speaking. The author uncovers, step by step, the (different phases in the) lives of these workers, from their enlistment as ordinary seamen to their retirement as worn-out dockers. He provides ample descriptions of the different duties and jobs on board, at ports and airports, i.e. how to operate a five-ton crane from a cabin high in the air, how to load and unload airplane baggage, carry out work in a warehouse, drive a truck, etc. This edition of Brood & Rozen contains an excerpt from this book.

Vivre et travailler dans l’Industrie du Transport belge, 1913-2013

Donald Weber, chercheur, Amsab-IHS

La vie des marins, des pécheurs et dockers a déjà fait l’objet de nombreuses publications qui, souvent, proposent une mise en lumière sombre et dramatique de celle-ci (pensons en effet au romantisme ‘brut’ de la traversée vers l’Islande ou encore aux conditions de vie déplorables des dockers anversois), au détriment de ces histoires simples du quotidien des travailleurs et de leurs familles. Dans notre publication Vivre et travailler dans l’Industrie du Transport belge, 1913-2013, nous nous efforçons de brosser un tableau plus nuancé s’appuyant sur des témoignages, des mémoires, des autobiographies et des dizaines d’interviews. Nous donnons donc surtout la parole aux marins, aux ouvriers portuaires, aux chauffeurs et autres ouvriers du transport. Par touches successives, le texte dévoile les différentes phases de l’existence de ces ouvriers, depuis l’enrôlement du jeune matelot jusqu’à la retraite du docker éreinté. Nous proposons également un large panorama de la grande variété de métiers et de tâches: nous les accompagnons à bord de leur bateau, en haut d’une cabine de grue arrimée sur le quai, dans leur bahut sur la route, au dépôt ou encore dans le ventre d’un avion sur le tarmac. Ci-dessous, un extrait du livre.



‘Zweet en bloed van hulpelooze dutsen’. De schaduwzijde van een historische foto

Egon Bauwelinck, master in de Geschiedenis, UGent

Dit artikel heeft als onderwerp een foto van betogende vrouwen en kinderen uit Gent in 1906. De foto werd talloze keren gereproduceerd en tentoongesteld en ging onze verbeelding van het kinderleed veroorzaakt door industrialisatie, beheersen. We traceren de geschiedenis van de foto en tonen aan hoe dit beeld als icoon werd gebruikt en zo zijn eigen geschiedenis verloor. We onderzoeken voorts hoe de makers van het beeld een voorstellingsstrategie hanteerden die het meelijwekkende beeld van het slachtoffer liet spreken, in plaats van het slachtoffer zelf.

‘The sweat and blood of helpless children’. The dark side of a historical picture

Egon Bauwelinck, Master in History, University of Ghent

This article deals with a picture of Ghent women and children demonstrating in 1906. It has been reproduced many times, featured in many exhibitions and captured our imagination as an icon of the evil of the Industrial Revolution and how it affected children. The author traces the history of this picture and explains how this image served as an icon, while ceasing to be historically significant. In addition, he examines why the creators of this pathetic image chose to let it speak for itself instead of letting the victim speak.

‘Ces pauvres bougres suant sang et eau’. La part d’ombre d’une photo historique

Egon Bauwelinck, maître en histoire, Université de Gand

Cette contribution traite d’une photo représentant des femmes et des enfants manifestant à Gand en 1906. Celle-ci, maintes fois reproduite et exposée, allait s’emparer de notre esprit jusqu’à y graver la souffrance de l’enfant causée par l’industrialisation. Nous retraçons l’histoire de ce cliché et mettons en évidence le processus qui fit de cette image un porte-drapeau et la dépouilla, in fine, de sa propre histoire. Nous analysons en outre comment les ‘faiseurs’ de cette image mirent en oeuvre une stratégie de la représentation qui visait à faire parler l’image pathétique de la victime plutôt que la victime elle-même.



Freddy van Rietvelde. Spilfiguur in de herwaardering van ‘de Vooruit’

Hendrik Braet, journalist

In de jaren 1970 bevond het Feestlokaal van Vooruit zich in vervallen staat. Freddy van Rietvelde, de laatste dienstverantwoordelijke van ‘de Vooruit’, bleef echter in het gebouw geloven. Hij zorgde er onder meer voor dat verschillende culturele groeperingen er vaste voet kregen. Mede door zijn inzet kwam er terug interesse voor het gebouw en de mogelijkheden van Vooruit. Dit maakte de weg vrij voor een grondige renovatie en een nieuw verhaal.

Freddy van Rietvelde, key figure in the Vooruit renovation

Hendrik Braet, journalist 

The Ghent Feestlokaal van Vooruit, the former ‘socialist palace’, had fallen into decay in the 1970s. However, Freddy van Rietvelde, the last person in charge of the building, never stopped believing that Vooruit had a future. For example, he made sure that it became a regular meeting place for several Ghent cultural organizations. He, and others, showed such commitment that interest in the building – and in its potential – was revived. It paved the way for an extensive renovation effort and a new chapter in the history of Vooruit.

Freddy van Rietvelde, figure-clé de la revalorisation du Vooruit

Hendrik Braet, journaliste

Dans les années 1970, la Salle des Fêtes du Vooruit était en piteux état. Freddy van Rietvelde, le dernier responsable en service du ‘Vooruit’, ne renonça toutefois jamais à croire en la pérennité du bâtiment. Il veilla, entre autres, à ce que divers groupements culturels puissent s’y implanter. C’est donc aussi grâce à la force de son engagement qu’un regain d’intérêt se manifesta pour le bâtiment et le potentiel du Vooruit: s’ouvrait ainsi la voie d’une rénovation en profondeur ainsi qu’un nouveau chapitre de son histoire.