Brood & Rozen, (2012)4 PDF Afdrukken E-mail
Image 
Vorige edities zie 
website Brood & Rozen
 

Bestellen


Edito
Paule Verbruggen
Crapuul en majorettes
pp. 2-3

Bijdrage
Christoph De Spiegeleer 
‘Vlaanderen weent over een dierbaar socialistische zoon’. De socialistische doods- en rouwcultuur in Gent tijdens de jaren 1880-1940 
pp. 5-27

Bijdrage
Stijn Bussels & Bram Van Oostveldt
Wij zijn geen crapuul! Jacob Kats’ strijd als vroegsocialistisch theatermaker, redenaar en journalist 
pp. 28-47

Opgemerkt
Hanne Delodder
Paradepaardjes van de fanfare 
pp. 49-57 

Opgemerkt
Omar Van Hoeylandt
‘Het zachte krassen van de pen’. Mijn ontdekking van Louis Paul Boon 
pp. 59-67

Collectie
Gert Van Overstraeten
Het archief van John Lundström
pp. 68-75 

Recensie
Ruben Mantels
JOOST LUYCKX, Acco. Geschiedenis van een studentencoöperatie 1960-2010
pp. 76-84 

Recensie
Sofie De Caigny
GEERT CONAERTS, ANNELIES TOLLET, LUCAS VANCLOOSTER, Vilvoorde. Staalkaart van moderne architectuur. Roger De Winter en Lucien Engels
pp. 85-87




‘Vlaanderen weent over een dierbaar socialistische zoon’. De socialistische doods- en rouwcultuur in Gent tijdens de jaren 1880-1940

Christoph De Spiegeleer, FWO-aspirant, VUB 

In de socialistische beweging hadden dood, begraven, rouw en herdenken vaak een belangrijke plaats in de opbouw van een eigen identiteit. Dat was in Gent niet anders. In deze bijdrage ga ik na in hoeverre de Gentse socialisten erin slaagden een alternatieve omgang met de dood vorm te geven in de jaren 1880-1940 en hoe dat evolueerde. Ik bespreek de verschillende elementen van de socialistische rouwcultuur: de rouwstoeten, de grafredes, de muzikale omkadering en de grafmonumenten. Deze bijdrage beoogt een kruisbestuiving tussen politieke en culturele geschiedenis en sluit aan bij de thematiek van mijn doctoraatsonderzoek naar de relatie tussen politiek, media en religie en funeraire praktijken in België in de jaren 1850-1940.

‘Flanders weeps for a beloved socialist son’. The Ghent socialist mourning and funerary rituals (1880-1940)

Christoph De Spiegeleer, PhD-student (FWO), VUB  

Death, mourning and funerary rituals, and remembrance services often played a major role in establishing the identity of the socialist movement. The Ghent socialist movement was no exception. This article examines the extent to which Ghent socialists succeeded in coping with death differently and how their rituals took shape over the years (1880-1940). We discuss different aspects of these rituals: the funeral processions, the funeral orations, the funeral music and the gravestones. This article aims to fuse the findings of political, social and cultural research. It stems from the author’s doctoral research topic, i.e. the relationship between politics, media, religion and funerary rituals in Belgium from 1850 to 1940.

‘La Flandre pleure un fils socialiste bien-aimé’. La culture socialiste du deuil et de la mort à Gand dans les années 1880-1940

Christoph De Spiegeleer, aspirant FRS, VUB 

Au sein du mouvement socialiste, la mort, l’enterrement, le deuil et la commémoration occupaient souvent une place prépondérante dans la construction d’une identité propre. Il en fut de même à Gand. Dans cette contribution, nous analysons dans quelle mesure les socialistes gantois réussirent à donner forme à un autre rapport à la mort dans les années 1880-1940, et comment celui-ci évolua. Nous analysons les différents éléments de la culture socialiste du deuil: les cortèges funèbres, les éloges funèbres, les cadres musicaux ainsi que les monuments funéraires. Cette contribution vise à une forme de pollinisation croisée entre l’histoire politique, sociale et culturelle et s’inscrit dans la thématique de notre thèse de doctorat qui met en lumière la relation entre la politique, les médias, la religion et les pratiques funéraires dans les années 1850-1940.


Wij zijn geen crapuul! Jacob Kats’ strijd als vroegsocialistisch theatermaker, redenaar en journalist

Stijn Bussels, Universiteit van Groningen
Bram Van Oostveldt, Universiteit van Amsterdam 

Vlak na de Belgische onafhankelijkheid trad de wever Jacob Kats op de voorgrond als theatermaker, redenaar en journalist. In al die hoedanigheden nam hij het op voor zijn collega-arbeiders en stond zo aan de wieg van de sociale strijd in België. Onze bijdrage concentreert zich op 1836, het jaar waarin Kats zijn eerste grote theatersuccessen oogstte met een documentair theater avant la lettre, waarin hij zijn eigen geschiedenis en die van zijn medestanders thematiseerde en theatraliseerde. In datzelfde jaar richtte Kats het socialistische tijdschrift Den Waren Volksvriend op, waarin hij sociale wantoestanden aanklaagde, en organiseerde hij zijn eerste meeting, een publieke vergadering van arbeiders en gelijkgestemden die op georganiseerde manier discussiëren over maatschappelijke rechten en plichten. Kats’ strijd op het theater, in artikels en in meetings draaide niet alleen rond materiële verbetering. Net zoals Jacques Rancière aangaf in zijn studie over de vroegsocialistische Franse arbeidersbeweging, La nuit des proletaires (1981), liet de sociale strijd in het jonge België zich kennen door de overtuiging dat arbeiders niet zomaar in het vakje van noeste werkers te duwen waren, maar in hun emancipatiestrijd ook intellectueel, artistiek en politiek een rol moesten krijgen.

We aren’t rabble! Jacob Kats: a struggling early socialist playwright, orator and journalist

Stijn Bussels, University of Groningen
Bram Van Oostveldt, University of Amsterdam 

Jacob Kats, a weaver, emerged as a playwright, an orator and a journalist very soon after Belgium became independent. He spoke up for his fellow workers in all these capacities and thus participated in the first social struggles in Belgium. This article highlights several events in 1836, when Kats enjoyed initial success with his documentary theatre avant la lettre, in which he focused on his personal life and that of his fellow workers. Also, in the same year, Kats established a socialist periodical, Den Waren Volksvriend (The True Working- Class Friend), in which he denounced social abuse. And he set up a public meeting with workers and sympathizers to talk about social rights and obligations in an orderly way. Material progress was not the only issue Kats was concerned about. Social struggles in the newly-independent Belgium were also about the intellectual, artistic and political emancipation of the working class, as has been indicated by Jacques Rancière’s La nuit des prolétaires, a study about the early French labour movement.

Nous ne sommes pas des canailles! Le combat de Jacob Kats, en tant que socialiste utopique, créateur de théâtre, orateur et journaliste

Stijn Bussels, Université de Groningue
Bram Van Oostveldt, Université d’Amsterdam 

Peu après l’indépendance de la Belgique, un tisserand du nom de Jacob Kats occupa le devant de la scène en tant que créateur de théâtre, orateur et journaliste. Coiffé de ces différentes casquettes, il épousa la cause de ses collègues travailleurs et participa ainsi à l’éclosion du combat social en Belgique. Notre contribution se concentre sur l’année 1836, au cours de laquelle Kats connut ses premiers grands succès au théâtre, grâce à une forme de théâtre documentaire avant la lettre, dans lequel il thématisait et théâtralisait sa propre histoire et celle de ses ‘frères d’armes’. Kats fonda la même année la revue socialiste Den Waren Volksvriend (Le vrai ami du peuple), pourfendeuse des conditions sociales désastreuses, et organisa son premier meeting, une réunion publique d’ouvriers et sympathisants qui débattaient de manière structure des obligations et droits sociaux. Le combat que Kats menait, par le truchement du théâtre, d’articles et de meetings, ne s’articulait pas exclusivement autour du progrès matériel. Tout comme Jacques Rancière le pointait dans son étude à propos du mouvement ouvrier utopique français, La nuit des prolétaires (1981), le combat social se répandit dans la jeune Belgique à la faveur de la conviction que les ouvriers ne pouvaient pas être simplement relégués dans la catégorie des laborieux, mais devaient également se voir attribuer un rôle,– intellectuel, artistique ou politique –, dans leur combat pour l’émancipation.


Paradepaardjes van de fanfare: de majorettes

Hanne Delodder, historica, Huis van Alijn

Daar zijn ze! De majorettes! Jonge meisjes gaan de muzikanten vooraf. Korte rokjes, witte laarsjes, brede lach en het immer tollende stokje. Kleine soldaatjes zijn het, sierlijk in de pas. De paradepaardjes van de fanfare, ontstaan in de jaren 1960 en 1970 in het kielzog van de al bestaande fanfare of drumband. Onmisbaar bij de kolder van de kermis. Een parade, optocht of dorpsfeest: het majorettekorps, opwarmer van het trompetgeschal. Onuitwisbaar aanwezig in de Vlaamse feestcultuur. Maar vanwaar komen ze eigenlijk, de majorettes?

Brass band showpieces: the majorettes

Hanne Delodder, historian, Huis van Alijn 

There they are! The majorettes! Young girls marching in front of the musicians. Short skirts, tiny white boots, broad smile and the endlessly swinging stick. They look like tiny soldiers, gracefully in step with the music. The brass band showpieces originated in the 1960s and 1970s, as a complement to the already existing brass or drum band. No jolly fair could do without. A parade or festivity in the village: majorettes are the warm-up act, with the sound of trumpets blasting. Deeply rooted in the Flemish festive culture. But, actually, where do majorettes come from?

Les fleurons de la fanfare: les majorettes

Hanne Delodder, historienne, Huis van Alijn 

Les voilà! Les majorettes! Ces jeunes filles au large sourire, en jupette et bottes blanches qui ouvrent la marche, le bâton virevoltant devant les musiciens. De vrais petits soldats, qui se meuvent tout en grâce et en cadence. Fleurons de la parade, elles sont apparues dans les années 1960 et 1970 dans le sillage des fanfares déjà existantes. Indispensables à l’exubérance de la kermesse. Une parade, un défilé, une fête de village? Le régiment des majorettes répond présent pour réchauffer l’atmosphère avant les flonflons des trompettes. Indissociables de la culture festive flamande. Mais d’où sortent-elles donc, ces majorettes?


‘Het zachte krassen van de pen’. Mijn ontdekking van Louis Paul Boon

Omar Van Hoeylandt, Amsab-ISG

Het was de schuld van mijn vader. Als hij niets om handen had, zat hij in boeken te snuisteren. Het was voor mij van kinds af een vertrouwd beeld. Hij had al een tijdje in de gaten dat ik ook ‘gerikketikt’ was om boeken te lezen. En dat moet hem geplezierd hebben, want op een zomerse zondagnamiddag in het begin van de jaren 1960 schoof hij mij over tafel een boek toe: ‘Dát moet ge eens lezen manneke’, zei hij. ‘Die vent kan schrijven.’ Ik las halfluid: ‘De bende van Jan de Lichte’. De naam van de auteur stond boven de omslagtitel: Louis Paul Boon.

‘The soft scratching of a pen’. How I discovered Louis Paul Boon

Omar Van Hoeylandt, Amsab-ISH

My father was to blame. When he had nothing else to do, he had his nose in a book. It was a familiar sight to me from childhood. He must have realized for some time that I too was very eager to read books. And it must have pleased him, for on a summery Sunday afternoon in the early 1960s he slid a book across the table, saying ‘you should read this, sonny. This chap has so much writing talent.’ ‘De bende van Jan de Lichte’, I read in a subdued voice. I noticed the name of the author above the title on the cover: Louis Paul Boon.

‘Le doux crissement de la plume’. Ma découverte de Louis Paul Boon

Omar Van Hoeylandt, Amsab-IHS

C’était la faute de mon père. A la moindre occasion, il plongeait dans les bouquins. Depuis ma plus tendre enfance, cette image familière de mon père m’accompagnait … Cela faisait un moment déjà qu’il avait compris que j’étais moi aussi saisi par le démon de la lecture et cela dut lui faire plaisir car, par un bel après-midi dominical et estival, alors que nous étions tous deux attablés, il poussa vers moi un livre en me disant:‘Ca tu dois lire, mon p’tit gars’. ‘Ce bonhomme écrit bien.’ Je lus à mi-voix: ‘De bende van Jan de Lichte’. Et, au-dessus du titre, le nom de son auteur: Louis Paul Boon.